De ijsvogel is waarschijnlijk de meest gefotografeerde vogel van Vlaanderen, en dat is niet moeilijk te begrijpen. Met zijn diepblauwe rug en oranje borst valt hij met geen enkele andere inheemse soort te verwarren.
Dat blauw is geen kleurstof
Het opvallendste aan de ijsvogel is dat zijn rugveren helemaal geen pigment bevatten. De kleur ontstaat door de structuur van de veren zelf, die het licht breekt. Daardoor verandert het blauw ook met de hoek waaronder je kijkt: dezelfde vogel oogt turkoois of bijna groen naargelang je positie.
Voor een fotograaf betekent dat iets concreets. Je kunt de kleur niet forceren met belichting. Wel bepaalt je standpunt hoe intens het blauw op je beeld uitkomt.
Niets met ijs te maken
De naam is misleidend. Hij komt vermoedelijk niet van ijs, maar is een verbastering van het Germaanse Eisenvogel, dat zoiets als ijzervogel betekent en verwijst naar de metaalachtige glans van het verenkleed.
Ironisch genoeg is de soort net bijzonder slecht bestand tegen ijs. Bij langdurige vorst kan hij door het dichtgevroren wateroppervlak niet meer vissen en sterven grote aantallen van honger. Na de bijzonder strenge winter van 1963 werden in België nauwelijks vijfentwintig broedende paren waargenomen.
De soort herstelt zich wel snel, omdat ijsvogels in korte tijd veel jongen kunnen grootbrengen en vaak meerdere broedsels per jaar hebben. De Vlaamse instandhoudingsdoelstelling gaat uit van een gemiddelde populatie van ongeveer 750 broedparen, waarbij een tijdelijke terugval na een strenge winter als normaal wordt beschouwd.
Waar je hem vindt
IJsvogels zijn vooral vogels van beken en rivieren met zoet, stromend water. Hun nesttunnel graven ze in steile zandige of lemige oeverranden, wat meteen verklaart waarom afkalvende oevers voor deze soort waardevol zijn in plaats van een probleem.
In de winter zie je ze ook bij opener en soms brak water, op zoek naar ijsvrije, heldere plekken waar ze hun prooi kunnen zien.
Fotograferen
Je hoort een ijsvogel meestal voor je hem ziet: een scherpe, fluitende roep, gevolgd door een blauwe flits vlak boven het water. Hij vliegt snel en laag, tot ongeveer tachtig kilometer per uur, dus hem in de vlucht volgen is grotendeels een kwestie van geluk.
Kansrijker is de zittende vogel. IJsvogels jagen vanaf een vaste uitkijkpost, vaak een laaghangende tak boven het water, en gebruiken die post dag na dag opnieuw. Wie zo’n plek vindt en er geduldig blijft, heeft meer kans dan wie het gebied afloopt.
Meer over de soort bij Natuurpunt.
Foto bij dit artikel: Bouke ten Cate, via Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0. Enkel verkleind.