Wie vandaag in het Zwin of rond Damme een ooievaarsnest ziet, kijkt naar het resultaat van een herstelproject van meer dan een halve eeuw. Eind negentiende eeuw was de ooievaar als broedvogel in België namelijk gewoon uitgestorven, door verlies van leefgebied en vooral door vervolging.
Van negen paren naar een record
In de tweede helft van de twintigste eeuw startten introductieprojecten waarbij ooievaars opnieuw werden vrijgelaten. Dat gebeurde eerst in het Zwin, in de jaren vijftig, later kwam er een project in Planckendael bij.
Toch ging het aanvankelijk traag. In 1975 telde het hele land nog maar negen broedparen. Sinds 2006 neemt het aantal in Vlaanderen duidelijk toe, en de voorbije jaren volgden de records elkaar op: 196 vastgestelde broedparen in 2021, 221 bezette nesten in 2022, en 248 in 2023. Dat laatste betekende opnieuw een stijging van twaalf procent.
Het grootste deel zit in twee zones: Planckendael en omgeving in de provincie Antwerpen, en het gebied rond Knokke-Heist en Damme in het noorden van West-Vlaanderen. In 2023 namen die twee provincies samen vijfentachtig procent van alle nesten voor hun rekening.
Waarom de aantallen bedrieglijk zijn
De cijfers ogen mooier dan de situatie is. Het broedsucces van Vlaamse ooievaars ligt vrij laag, en de sterfte van jonge vogels in het nest of onderweg tijdens de trek is hoog. Zonder aanvoer van vogels uit andere West-Europese ooievaarspopulaties zou onze populatie eerder afnemen dan groeien.
Het lage broedsucces heeft te maken met de staat van onze plattelandsnatuur. Ooievaars hebben vochtige graslanden nodig, en die werden voor de moderne landbouw grotendeels drooggelegd, waardoor de hoeveelheid en de variatie aan insecten sterk afnam.
Wanneer je ze ziet
Ooievaars behoren tot de allereerste lentegasten. Ze keren meestal rond half februari terug uit hun wintergebieden in Spanje, Portugal en West-Afrika. Een aantal volwassen vogels blijft tegenwoordig gewoon hier overwinteren; jonge vogels trekken wel allemaal weg.
Tijdens de najaarstrek kunnen groepen doortrekkers indrukwekkend groot zijn. De grootste groepen die in België werden waargenomen, telden meer dan tweehonderdzestig vogels.
Door de inzet van lokale waarnemers is de ooievaar intussen een van de best opgevolgde vogelsoorten van het land. Meer cijfers bij Natuurpunt.
Foto bij dit artikel: DimiTalen, via Wikimedia Commons, CC0 (publiek domein). Genomen in Damme.